Tutor bij Probleemgestuurd Onderwijs
Bij probleemgestuurd onderwijs heeft de docent een specifieke onderwijsrol, namelijk die van tutor. Het is de taak van de tutor om het leerproces van de studenten en hun samenwerkingsproces te stimuleren.
In de eerste plaats stimuleert en ondersteunt de tutor het leerproces van de studenten. Dit kan op meerdere manieren:
- De studenten helpen hun voorkennis diepgaand te exploreren.
- Nagaan of er misconcepties zijn met betrekking tot de inhoud.
- Het formuleren van ideeën, verklaringen, hypothesen en interpretaties van de studenten aanmoedigen. De tutor vraagt hen -als ze dat niet zelf doen- voortdurend naar hun argumenten, dringt aan op het geven van voorbeelden en bevordert de evaluatie van ideeën, verklaringen, hypothesen en interpretaties.
- Nagaan of er misconcepties zijn met betrekking tot de leerstof.
- Nagaan of er tegenstrijdige ideeën leven tussen de studenten.
- Het reflecteren over het eigen leerproces ondersteunen: hoe een taak aanpakken, hoe de informatie verwerken.
In de tweede plaats vervult de tutor een stimulerende en ondersteunende rol bij het samenwerkingsproces in de onderwijsgroep. Hij dient daartoe volgende activiteiten te stellen:
- Duidelijkheid geven over het bestek waarbinnen de studenten moeten werken, afspraken over werkprocedures, participatie, groepsrollen, aanwezigheid, etc.
- Er op toezien dat de afspraken nagekomen worden.
- De gespreksleider ondersteunen.
- Tijdig op problematisch gedrag van groepsleden anticiperen en het in samenspraak met de groepsleden oplossen.
- Regelmatig evalueren of laten evalueren of de groepsleden tevreden zijn met de manier van samenwerken en indien nodig alternatieven aandragen om een betere samenwerking te bevorderen.
De nadrukkelijkheid waarmee de tutor zijn rollen vervult, hangt af van de onderwijsgroep. Hoe meer zelfstandigheid de studenten bereikt hebben en hoe meer vakinhoudelijke kennis ze hebben, hoe minder nadrukkelijk de rol van de tutor is.
1. Tutor als voorbeeld
Wanneer de studenten een lage zelfstandigheid in het leerproces vertonen en over een klein kennisbestand beschikken, fungeert de tutor als voorbeeld. En laat de studenten dan zien welke cognitieve activiteiten noodzakelijk zijn om de leerstof te beheersen. Ook kan de tutor in deze fase van de studie laten zien hoe studenten een onderwijsgroep kunnen leiden, hoe ze moeten samenvatten, onderwijsgroepen kunnen evalueren of feedback kunnen geven. De tutor mag deze activiteiten niet te lang blijven voordoen omdat studenten dan niet uitgedaagd worden om ze zelf uit te voeren.
2. Tutor als coach
Wanneer de studenten relatief voldoende zelfstandig leergedrag vertonen, kan de tutor steeds meer aan de groepsleden overlaten en gaan fungeren als coach. De tutor zal dan slechts interveniëren wanneer hij waarneemt dat de geleverde bijdragen door de groepsleden onvoldoende zijn om de bestudeerde leerstof diepgaand te begrijpen of wanneer het groepsproces niet adequaat verloopt. De belangrijkste activiteit in dit stadium is het stellen van vragen. Het kan gaan om vragen die de studenten stimuleren om diepgaander over de stof na te denken, of reflectievragen over de mate waarin ze tevreden zijn over het niveau van probleembespreking in de groep of over het functioneren van de onderwijsgroep. Deze begeleidingsvorm duurt meestal lang aangezien studenten lange tijd novieten zijn voor wat betreft de vakinhoudelijke thema’ s en het een lange tijd kan duren vooraleer studenten zelfstandig leergedrag vertonen.
3. Tutor als consulent
Wanneer studenten goed in staat zijn zelfstandig te leren en een behoorlijk kennisbestand over verschillende vakinhoudelijke onderwerpen hebben opgebouwd, kan de rol van de tutor meer gericht zijn op specifieke vakinhoudelijke deskundigheid (rol tutor = consulent). Hij kan de studenten deelgenoot maken in zijn specifieke, persoonlijke vakexpertise. Een tutor kan de groepsleden toelaten tot zijn eigen professionele inzichten die niet in de literatuur te vinden zijn. Tevens kan de tutor de studenten confronteren met waarden en normen uit het beroep. In dit stadium hoeft de aandacht van de tutor voor het zelfstandig leren van de studenten en hun vaardigheden op het terrein van samenwerking in de groep niet meer zo groot te zijn.
Tips
- Iedere tutor moet een activerende en stimulerende bijdrage in de onderwijsgroep leveren met betrekking tot het leerproces van de studenten. Om dit te bereiken dient een tutor zich voor een onderwijsblok goed op de hoogte te stellen van de doelstellingen, de structuur en de achtergronden van de onderwijsperiode en de verschillende bronnen die aan de studenten ter beschikking worden gesteld.
- Studenten leunen minder op de tutor wanneer ze meer structuur krijgen aangeboden in hun leermiddelen, bijv. door goede inleidingen en kwalitatief goede problemen in een blokboek.
- Wanneer het niveau van voorkennis van de studenten redelijk hoog is, is het niveau van expertise van de tutor minder belangrijk. Tevens kan men bij sterk multidisciplinaire wetenschappen gemakkelijker een niet-inhoudsdeskundige inzetten als leerbegeleider.
- Toch kan een tutor de studenten pas daadwerkelijk stimuleren en ondersteunen in het leerproces wanneer hij over een zekere vakinhoudelijke deskundigheid beschikt.
- Het is van belang dat een tutor zich betrokken voelt bij het leerproces van de student. De tutor moet authentieke belangstelling hebben voor de emotionele, motivationele, sociale en affectieve aspecten van de leer-en leefsituatie waarin de studenten verkeren.
Valkuil
Het is verleidelijk om als tutor op een bepaald punt zelf informatie te geven aan de studenten, oplossingen te bieden, om te proberen sneller vooruit te komen.
Moust, J. & Schmidt, H. De rol van tutor in probleemgestuurd onderwijs (1). VELON tijdschrift voor lerarenopleiders, 19 (3), p. 21-29.
Moust, J. & Schmidt, H. De rol van tutor in probleemgestuurd onderwijs (2). VELON tijdschrift voor lerarenopleiders, 19 (4), p. 24-30.
Dochy, F., Heylen, L., & Van de Mosselaer, H. (2000). Coöperatief leren in een krachtige leeromgeving. Leuven: Acco.
Moust, J.H.C., Bouhuijs, P.A.J., & Schmidt, H.G. (1997). Probleemgestuurd leren. Groningen: Wolters-Noordhoff.