Zevensprong
De zevensprong is een methode om probleemtaken gestructureerd aan te pakken. Deze probleemtaken zijn te situeren in het probleemgestuurd onderwijs, volgens het model van Maastricht.
De zevensprong is een vaste procedure waarmee studenten in groepen van acht tot tien personen een (probleem)taak kunnen aanpakken. Wanneer een groep zomaar aan de slag gaat met een probleemtaak, dan kan er veel tijd verloren gaan bij het zoeken naar een goede werkwijze. Daarom werd de zevensprong ontwikkeld.
De zevensprong bestaat uit zeven stappen die een onderwijsgroep moet doen om een maximaal leerrendement uit een probleem te halen. Stap 1 tot 5 duurt meestal één uur. Voor stap 6 of de zelfstudie voorziet men best enkele dagen. Stap 7 duurt dan meestal opnieuw een uur.
Concreet zijn de stappen als volgt opgebouwd:
Stap 1: ophelderen van onduidelijke termen en begrippen
Bij deze eerste stap kan een beroep gedaan worden op bestaande voorkennis. De leden kunnen elkaar daaromtrent bevragen.
Woorden/begrippen kunnen ook worden opgezocht. Probeer toch steeds de specifieke betekenis te achterhalen in de situatie die door de opdracht geschetst wordt.
Stap 2: definiëren van het probleem
In deze stap probeert men gezamenlijk tot een kernachtige formulering van het probleem te komen. De groep dient het in deze fase ook eens te zijn over wat de essentie is van het probleem of de taak (let op kernwoorden in de omschrijving). Ziet iedereen duidelijk waar men met de opdracht heen moet (zo niet kan er nog geen oplossing worden gezocht)? De probleemstelling wordt dus heel expliciet verwoord.
Stap 3: analyseren van het probleem / brainstormen
Neem de nodige tijd voor deze stap. Iedereen moet hier de gelegenheid krijgen om zijn/haar ideeën naar voor te brengen.
Ideeën of veronderstellingen die bij het nadenken over de opdracht naar voren komen, kunnen teruggaan op individuele voorkennis of het resultaat zijn van logisch denken.
Wat denkt, weet, meent ieder groepslid? Waarmee heeft het probleem te maken?
Tijdens het brainstormen noteert de verslaggever op het bord de geproduceerde ideeën, d.m.v. een trefwoord.
Stap 4: ordenen en bespreken van de verschillende opmerkingen uit stap 3
Na het brainstormen en analyseren van het probleem of de taak, worden de ideeën geordend en kritisch bekeken. De gegeven opmerkingen, vragen, antwoorden en veronderstellingen worden daartoe systematisch bekeken en eventueel gegroepeerd.
Men stelt zich de vraag in hoeverre de gegevens bruikbaar zijn t.a.v. het in stap 2 geformuleerde probleem.
Stap 5: formuleren van leerdoelen
Door het formuleren van leerdoelen moet het mogelijk worden zeer gericht nieuwe informatie te gaan opzoeken en bestuderen.
Leerdoelen kunnen worden geformuleerd onder de vorm van gerichte vragen, die aansluiten op de situatiebeschrijving en de geformuleerde probleemstelling.
Vanuit de leerdoelen zal men dus op zoek gaan naar meer achtergrondinformatie over de betekenis van bepaalde begrippen, en over oorzaken of oplossingen voor het geschetste probleem. De leerdoelen zijn eigenlijk de studie- opdrachten die de groep zichzelf stelt. Tevens kan men a.h.v. de leerdoelen nagaan in hoeverre de opdracht volbracht is.
Stap 6: zoeken van informatie buiten de groep / zelfstudie
De zelfstudie, die buiten de onderwijsgroep plaatsvindt, vormt een belangrijk onderdeel van de hier besproken werkvorm.
Naast de literatuur die ter beschikking gesteld wordt, kan er ook aanvullende informatie worden opgezocht door de studenten zelf.
Iedereen bekijkt individueel of hij/zij in staat is tot een uitwerking van de leerdoelen; dit wordt ook op papier gezet.
Stap 7: synthetiseren en testen van de nieuwe informatie
De groep komt opnieuw samen. De individuele bevindingen worden gerapporteerd, men corrigeert of vult elkaar aan.
Een samenvatting wordt gegeven van de uitwerking van de leerdoelen.
Is ieder leerdoel voldoende uitgewerkt?
Past die uitwerking binnen de probleemstelling, m.a.w. biedt de nieuwe informatie een adequaat antwoord op de probleemstelling?
Deze stap kan worden besloten met een aantal gezamenlijke conclusies als antwoord op de in stap twee geformuleerde probleemstelling.
De zevensprong is een methode van werken die speciaal afgestemd is op het werken aan probleemtaken (binnen het probleemgestuurd onderwijs volgens het model van Maastricht: zie didactische fiche 'PGO'). De zevensprong is een methode die het werken in onderwijsgroepen ondersteunt. Maar ook buiten het probleemgestuurd onderwijs kan de zevensprong worden gebruikt; denk aan alle situaties waar een probleem moet worden opgelost.
Voor elke stap in de zevensprong worden enkele aandachtspunten geformuleerd:
Stap 1: Verhelder onduidelijke termen en begrippen
De eerste stap wordt best vrij kort gehouden. Stop de taak dus niet vol met nieuwe moeilijke termen.
Stap 2: Definieer het probleem
Het definiëren van de problemen is niet altijd even gemakkelijk. Vaak moeten de gegevens in de context van het vak worden geplaatst. Bij een medisch probleem zal je bijvoorbeeld moeten nagaan welke klachten en symptomen er zijn. Het kan een hulp zijn om de kernbegrippen uit het probleem in een schema te zetten.
Stap 3: Analyseer het probleem
Neem de tijd voor deze stap. Iedereen moet hier de gelegenheid krijgen om zijn/haar ideeën naar voren te brengen. Tevens is het belangrijk dat het produceren van ideeën moet worden gescheiden van het kritisch beoordelen van die ideeën.
Stap 4: Orden de ideeën en diep ze op systematische wijze uit
Het blijkt niet altijd eenvoudig om groepsleden over te halen om uit te leggen waarop hun gedachte of verklaring berust. Toch is uitdieping van groot belang: het dwingt je om te achterhalen wat je al weet of denkt te weten.
Stap 5: Formuleer leerdoelen
Besteed aandacht aan de formulering van de leerdoelen. Vage leerdoelen bieden geen houvast voor de groepsleden. Zeer simpele doelen die binnen een uur te beantwoorden vallen, hebben natuurlijk ook weinig zin. Op die manier kan de student geen deskundige worden in de betrokken vakgebieden.
Stap 6: Zoek aanvullende informatie buiten de groep
Bij zelfstudie zijn volgende aandachtspunten van belang:
- Leerstof selecteren.
- Actief studeren.
- De leerstof in eigen woorden proberen te vatten.
- Meer dan één bron raadplegen.
- De leerdoelen gebruiken als ingangen tot bepaalde onderdelen van de vakgebieden.
- Informatiebron noteren.
- Duidelijke aantekeningen maken over de hoofdpunten.
Stap 7: Synthetiseer en test de nieuwe informatie
Wees er voor beducht dat het grootste deel van de bijeenkomst niet in beslag genomen wordt door de rapportering. Hierdoor blijft er te weinig tijd over om op een degelijke manier nieuwe taken aan te pakken
Auteur
PGO-docententeam tweede jaar Gegradueerde in de Orthopedagogie, contactpersoon Marc Vercruysse.
Literatuur
Schmidt, H.G., Moust, J.H.C., Probleemgestuurd onderwijs. Praktijk en theorie.Groningen, Wolters-Noordhoff, 1998, 297 blz.
Dekkers, M.A.F., Cluitmans, J.J., Van leerplan tot blokboek. Productontwikkeling binnen probleemgestuurd onderwijs en projectonderwijs in het HBO en het MBO. Nuenen, Onderwijsadviesbureau Dekkers, 1999, 136 blz.
Dekkers, M.A.F., Hogenboom, C.M.L., Het boek voor tutoren. Gereedschap voor tutoren binnen probleemgestuurd onderwijs en projectgericht leren in het HBO en het MBO. Nuenen, Onderwijsadviesbureau Dekkers, 1999, 136 blz.