Ervaringsleren en peer-feedback in het opleidingsonderdeel 'mondelinge presentaties'

feedback & begeleiding
Voorbeeld
Instelling: 
Universiteit Antwerpen

Algemene info

Opleiding: 
Gespecialiseerde Aanvullende Studie 'Communiceren voor organisaties'.
Opleidingsonderdeel: 
Mondelinge presentaties
Opleidingsjaar: 
1
Academiejaar: 
/
Studiepunten: 
4
Contacturen: 
?
Aantal studenten: 
15
Aantal begeleiders: 
2

Het opleidingsonderdeel wil studenten leren hoe ze een mondelinge presentatie kunnen voorbereiden en hoe ze die het best kunnen geven. Daarenboven analyseren de studenten ook presentaties van anderen. Alle studenten geven tijdens het academiejaar twee speeches. Deze worden op video opgenomen en door de studenten en de docent tijdens de les besproken.
Het theoretisch kader verwerven de studenten grotendeels via zelfstudie.

Doelstellingen

De voornaamste doelstelling die het opleidingsonderdeel 'Mondelinge presentatie' wil bereiken, is dat studenten in staat zijn een goede mondelinge presentatie te geven. Deze doelstelling kan worden opgedeeld in een aantal deeldoelstellingen:

  • studenten kennen een aantal richtlijnen, principes, strategieën en methoden i.v.m. presenteren waarmee ze rekening moeten of kunnen houden bij het geven van een presentatie. Dit theoretisch kader kan algemeen zijn of afhankelijk van het soort presentatie;

  • studenten kunnen deze principes, richtlijnen, strategieën en methoden zelf gebruiken bij het opstellen en geven van een presentatie;

  • studenten houden bij het opstellen of geven van een presentatie rekening met zowel inhoudelijk, technische, non-verbale als verbale aspecten.

De tweede belangrijke doelstelling is dat studenten een presentatie van iemand anders kunnen analyseren vanuit inhoudelijk, technisch, verbaal en non-verbaal oogpunt.

 

Aangeboden leerinhouden

Het opleidingsonderdeel 'Mondelinge presentaties' behandelt 2 soorten presentaties, m.n. de informatieve presentatie en de gelegenheidspresentatie.

Binnen de informatieve presentatie wordt er een onderscheid gemaakt tussen:

  • productpresentaties

  • instructies,

  • bedrijfspresentaties,

  • presentaties van jaarverslagen,

  • presentaties van wetenschappelijk artikelen.

Binnen de gelegenheidspresentaties worden studenten geconfronteerd met verschillende soorten presentaties zoals o.m. een tafelspeech of een openingsrede.

Bij beide soorten presentaties krijgen de studenten een inleiding. Daarin wordt verduidelijkt wat een informatieve en gelegenheidspresentatie inhouden en in welke situaties men ze gebruikt.
Voor de verschillende presentatievormen worden specifieke richtlijnen, principes, strategieën en methoden besproken.
Daarnaast worden ook een aantal richtlijnen, principes en strategieën gegeven die voor alle presentaties gelden.

Werkvormen en leermiddelen

1. Zelfstudie

Studenten verwerven een deel van de theoretische denkkaders, strategieën en methoden via zelfstudie.

Via wekelijkse leesopdrachten wordt van hen verwacht dat ze de inhoud van het boek 'Spreken in het openbaar' van Wietzema en Jansen zelfstandig doornemen. (Wiertzema, J. & Jansen, P. (2000). Doelmatig communiceren: spreken in het openbaar. Bussum: Coutinho.)
Via korte kennistoetsen in het begin van sommige contactmomenten gaat de docent na of de studenten hun zelfstudieopdrachten tot een goed einde hebben gebracht.

2. Presentaties

Tijdens het academiejaar bereiden de studenten twee presentaties voor.

2.1 Informatieve presentatie

De eerste speech is een informatieve presentatie van maximum 20 minuten. Bij de informatieve presentatie kunnen de studenten vrij kiezen uit vijf soorten presentaties, m.n. een instructie, de presentatie van een product, van een bedrijf, van een jaarverslag of van een wetenschappelijk artikel. De docent zorgt er wel voor dat alle soorten presentaties ongeveer evenredig aan bod komen. De studenten bepalen zelfstandig het onderwerp en de inhoud van de presentatie. Meestal werken studenten individueel. Bij een omvangrijke presentatie worden soms paren gevormd. Dan krijgen de studenten ook 30 tot 40 minuten om hun presentatie voor te brengen.

Voorbeeld 1: Presenteer het jaarverslag van een bedrijf naar keuze in een presentatie van ongeveer 20 minuten.

2.2 Gelegenheidspresentatie

De tweede presentatie is een gelegenheidsspeech van 5 tot 10 minuten. Bij de gelegenheidspresentatie krijgen de studenten een bepaalde situatie waarvoor ze een presentatie moeten opstellen. Ook hier bepalen de studenten de inhoudelijke en vormtechnische uitwerking van hun presentatie zelf.

Voorbeeld 1: je wordt gevraagd een tafelspeech te houden op het huwelijk van je broer.
Voorbeeld 2: je moet, als voorzitter van je bedrijf, een openingsrede houden bij de opening van een nieuwe afdeling.

2.3 Bespreking door de studenten

Alle presentaties worden op video opgenomen. Na de presentatie volgt een bespreking. Zowel de studenten als de docent geven feedback op wat ze gezien en gehoord hebben. Daarbij worden zowel de inhoud als de techniek, de verbale en non-verbale aspecten besproken.

Eerst krijgen de studenten de kans om feedback te geven. De peerassessment van de studenten wordt gestuurd vanuit een eenvoudig evaluatieformulier dat ze invullen na afloop van de presentatie. Aan de hand van de verschillende opvattingen, inzichten en meningen van studenten wordt de presentatie besproken en wordt er over meningsverschillen gediscussieerd.
De docent beperkt zich hierbij tot het modereren van de bespreking en discussie. De feedback van de studenten wordt bij de beoordeling van de presentatie in rekening gebracht.

2.4 Bespreking door de docent

Na de klassikale discussie overloopt ook de docent de presentatie. Soms herneemt ze daarbij punten uit de voorafgaande discussie. Haar feedback richt zich op twee aspecten:

  • Persoonlijke leerpunten
    De docent maakt een sterkte-zwakte analyse van de student en geeft op die manier de student een aantal aandachts- of leerpunten mee naar de toekomst. Ze raadt de studenten ook aan hun presentatie later opnieuw te bekijken vanuit deze aandachtspunten. Deze feedback gebeurt klassikaal, waardoor ook andere studenten op mogelijke aandachtspunten worden gewezen.

  • Algemene leerpunten
    De docent maakt een koppeling naar algemene of specifieke richtlijnen, principes of strategieën. Dit kan een terugkoppeling zijn naar informatie die de student reeds via de zelfstudie heeft verworven. Soms ook worden ad hoc nieuwe leerinhouden aangebracht die voortbouwen op de specifieke situatie.

    Zowel de student als de docent krijgen een kopie van de videoband. De docent bekijkt tegen het volgende contactmoment de presentatie opnieuw op video. Ze doet dit vanuit een dubbele invalshoek:

  • aandacht voor details die haar tijdens de presentatie zelf zijn ontgaan;

  • extra aandacht voor het taalgebruik van de student.

Het volgende contactmoment bespreekt de docent nog kort eventuele opmerkingen. De docent maakt een verslag van haar bedenkingen en de persoonlijke leerpunten. De presentatie wordt door de docent geëvalueerd.

Naast het bespreken van de presentaties van studenten tracht de docent ook tijd vrij te maken om, waar mogelijk, in te spelen op de actualiteit (voorbeeld 1) of op specifieke tekorten bij de meerderheid van de klas (voorbeeld 2).

Voorbeeld 1: tijdens het academiejaar 2001-2002 besprak de docent met de klas een speech die president Bush gaf naar aanleiding van de aanslag van 11 september op het World Trade Center.
Voorbeeld 2: korte klassikale inoefening van het geven van een toast.
 

Feedback & begeleiding

De taak van de docent bestaat er tijdens de contactmomenten in om enerzijds de discussie of bespreking van de studenten te modereren en anderzijds zelf een bespreking te geven van de presentatie.

Daarnaast bekijkt ze ook na de contactmomenten de presentaties om een verdere bespreking m.b.t. de details en de taalkundige aspecten van de presentatie te kunnen geven.

De docent houdt een rapport bij van de individuele sterkten en zwakten van de studenten. Tijdens de bespreking van de volgende presentatie wordt dan ook speciaal aandacht besteed aan de evolutie van deze leerpunten.

Evaluatievorm

De evaluatie bestaat uit een beoordeling van presentaties van studenten, een open boek examen en twee kleinere opdrachten (een literatuur- en analyseopdracht). De studenten krijgen de kans de presentatie waarop ze de laagste score haalden opnieuw te geven.

Reflectie

De docent klaagt over te weinig tijd. Graag wilde ze de videofragmenten ook daadwerkelijk gebruiken bij de bespreking, maar vanwege de beperkte tijd is dat niet mogelijk. Daarom moet ze erop vertrouwen dat de studenten zelf thuis hun eigen presentaties nogmaals bekijken.

Type hoger onderwijs: 
universiteit
Studiegebied: 
economie & handelswetenschappen
Groepsgrootte: 
5 tot 20
Doelstellingen: 
attitudes
communicatie
vaardigheden
Leermiddelen: 
overige
Werkvormen: 
practicum/werkcollege/oefening
microteaching/peerteaching
Evaluatievormen: 
gedragsevaluatie/vaardigheidstoets
openboekexamen
peer & zelfevaluatie
Feedback & begeleiding: 
docentengestuurd
in groep