Feedbackgesprek in een onderwijscontext
Een feedbackgesprek is een mondelinge bespreking van en toelichting bij het leerproces en/of een (eind)product van een student. Daarbij worden aanwijzingen verstrekt door een lesgever aan studenten om het leren te bevorderen, bij te sturen of te bekrachtigen. Er wordt een veilige leeromgeving gecreëerd waarbinnen studenten open mogen communiceren en niet afgerekend worden op het maken van fouten.
Het feedbackgesprek is een mogelijke vorm waarin feedback kan gegeven worden. Voor algemene informatie over het geven van feedback, zie didactische fiche feedback.
Een feedbackgesprek is het mondeling uitwisselen van informatie tussen een student en een lesgever waarbij aanwijzingen worden verstrekt over het leerproces en/of een (eind) product van de student om de studieprestaties te bevorderen, bij te sturen of te bekrachtigen. De student krijgt inzicht in de verhouding tussen het huidige presteren en de vooropgestelde doelen en kan met behulp van de richtlijnen de gehanteerde werkwijze corrigeren en gewenst gedrag bestendigen.
Tijdens een feedbackgesprek komen zowel bevestigende feedback, corrigerende feedback als richtlijnen ter optimalisering aan bod. Voor meer informatie over deze vormen van feedback zie didactische fiche feedback .
Het mondeling geven van feedback wordt een feedbackgesprek genoemd. Informeer bij aanvang van het gesprek studenten over het doel en verloop van het gesprek, zo zit iedereen op dezelfde golflengte en zal het gesprek vlotter verlopen. Creëer een veilige leeromgeving door aan te geven dat de student vrijuit kan spreken en er ruimte is voor het bespreken van fouten en vragen. Door de student te betrekken bij het zoeken naar oplossingen geef je in daden weer dat je een dialoog wil met de student.
Start met het geven van bevestigende feedback, dit vergroot de kans dat er met aandacht geluisterd wordt naar de werkpunten. Dit komt omdat de student dan met een open houding luistert en beter corrigerende feedback kan accepteren. Let wel op, als dit te vaak gebeurt kan de student bevestigende feedback zien als voorbode van corrigerende feedback.
Toon tijdens het gesprek oprecht interesse voor de leefwereld van de student door de student aan te kijken, enthousiast te zijn en oogcontact te zoeken. Vraag door en parafraseer om na te gaan of jouw interpretatie juist is. Laat de student uitspreken en laat pauzes en stilte toe, die stimuleren de student immers om zelf na te denken.
Aan het einde van het gesprek is het goed alles nog eens samen te vatten: wat waren de positieve punten, wat de werkpunten en wat zijn de te ondernemen acties. Hierdoor controleer je of je op dezelfde golflengte zit en weet de student heel concreet wat er verwacht wordt. Deze samenvatting kan gegeven worden door de lesgever of door de student. Het opstellen van een schriftelijk verslag maakt het opvolgen in volgende gesprekken gemakkelijker.
Gebruik maken van technieken van een slechtnieuwsgesprek.
Om slecht nieuws te brengen, bijvoorbeeld meedelen dat de stage niet goed verloopt, moet een lesgever goed voorbereid te werk gaan om de emoties van de student in goede banen te kunnen leiden. Dit slechtnieuwsgesprek wordt het best face- to- face gevoerd. Zo wordt de feedback verzacht en gekaderd en kan de lesgever anticiperen op de reactie van de student. De gegeven feedback kan nadien eventueel op papier meegegeven worden als geheugensteuntje.
Zon gesprek kan plaatsvinden als tussentijds feedbackgesprek of als feedbackgesprek aan het einde van een leerproces.
Tijdens de voorbereidingsfase doet een lesgever het volgende:
- zoekt een rustige plaats om het gesprek te voeren
- bedenkt hoe het slechte nieuws kan gebracht worden;
- trekt voldoende tijd uit voor het voeren van het gesprek.
Tijdens het gesprek houdt de lesgever rekening met de volgende aandachtspunten bij het meedelen van het slechte nieuws:
- val met de deur in huis en stel de boodschap niet uit, dit zou de emotionele reactie immers intenser maken;
- geef de boodschap kort en bondig, draai niet rond de pot;
- druk het slecht nieuws niet eufemistisch uit: stel het niet mooier voor dan het is.
Als het slechte nieuws gebracht is zal de student dit moeten verwerken. De lesgever:
- biedt de student de mogelijkheid en tijd om stoom af te blazen en om te reageren;
- beperkt zich tot het geven van twee onweerlegbare argumenten die gebaseerd zijn op feiten;
- toont empathie en parafraseert de boodschap nog een aantal keren zodat ze doordringt bij de student.
Bij het afronden van het gesprek schat de lesgever in in welke mate er nog een emotionele reactie is bij de student. Indien deze reactie nog te heftig is waarbij de student niet begrijpt dat de huidige boodschap onomkeerbaar is en moet aanvaard worden, wordt er een nieuwe afspraak gemaakt voor een feedbackgesprek. Staat de student open voor feedback dan kan er gezocht worden naar oplossingen en worden er actiepunten geformuleerd.
Het feedbackgesprek is geen evaluatiegesprek
In een evaluatiegesprek deelt men een beoordeling mee die resulteert in een score waarbij het oordeel van de lesgever definitief en onomkeerbaar is. Binnen een feedbackgesprek draait alles rond het begeleiden van studenten. De lesgever gaat in dialoog met de student waarbij positieve- en verbeterpunten besproken worden. Opdat dialoog mogelijk zou zijn is er een wederzijdse gelijkwaardige relatie tussen student en lesgever. Wanneer het feedbackgesprek volgt na een beoordeling spreek dan bij aanvang van het gesprek af dat er niet onderhandeld wordt over een verkregen score.
Hieronder staan de voornaamste verschillen opgelijst:
| Feedbackgesprek | Evaluatiegesprek |
|---|---|
| Wat gaat goed? Wat kan er verbeterd worden? | Wat is goed? Wat is niet goed? |
| Fouten kunnen gemaakt worden. Fouten zijn een bron van leren. | Fouten worden beoordeeld. |
| Een gelijkwaardige sfeer tussen de actoren. | Een hiërarchische relatie tussen de actoren. |
Zorg voor voldoende duidelijkheid over het doel van het feedbackgesprek.
Het uiteindelijke doel van het feedbackgesprek is het aanbieden van aanknopingspunten en richtlijnen over het behouden en bijsturen van het leerproces. Maak dit doel bij aanvang van het gesprek duidelijk.
Gebruik objectieve beoordelingscriteria.
Tijdens een feedbackgesprek is het niet de bedoeling om het leerproces van de student te vergelijken met dat van andere studenten. Vertrek van de doelen en beoordelingscriteria en plaats het presteren van studenten daartegenover.
Beperk de hoeveelheid informatie.
Overdrijf niet met de hoeveelheid informatie die je aan een student geeft. Overlaad de student niet met enkel bevestigende óf enkel corrigerende feedback. Het is voor de student bijna onmogelijk om zijn gedrag aan te passen. Zorg voor een realistische, beknopte weergave van de realiteit en illustreer dit met voorbeelden. Indien er toch veel feedback moet gegeven worden beperk je tijdens het gesprek dan tot de belangrijkste aspecten en geef de overige feedback mee op papier.
Neem een actief luisterende houding aan.
Tijdens een feedbackgesprek is het belangrijk dat studenten merken dat er echt naar hen geluisterd wordt. Dit werkt enerzijds stimulerend en anderzijds zullen studenten zich minder bedreigd voelen en dus meer geneigd zijn hun standpunten mee te delen. Zo worden er veel misverstanden vermeden. Actief luisteren doe je door:
- de student te laten uitspreken;
- geen afdwalingen toe te staan;
- door te vragen waar nodig;
- de student niet onmiddellijk te confronteren met een oordeel;
- je gevoelens te neutraliseren;
- regelmatig stiltes te laten vallen zodat de student kan reflecteren;
- je niet te verdedigen;
- je gedachten niet te laten afdwalen.
De non-verbale houding is tevens van belang, deze versterkt de luisterhouding. Dit doe je door:
- de student aan te kijken;
- oogcontact te maken;
- te glimlachen;
- te knikken.
Hou de non- verbale houding van de student eveneens in de gaten en anticipeer hierop. Indien je onvrede opmerkt vraag dan door om te weten te komen waar dit vandaan komt. Zo blijft de student met de aandacht bij het gesprek.
Vermijd ironische opmerkingen
Ironische opmerkingen, vaak bedoeld om het feedbackgesprek wat luchtiger te maken, kunnen kwetsend overkomen en hebben op zich niets te maken met feedback.
Probeer eens collectieve feedback
In de meeste situaties is een feedbackgesprek een één op één gesprek maar het kan ook anders. Wanneer de groep studenten groot is en individuele feedback tijdrovend is, of wanneer studenten een groepstaak maken dan is collectieve feedback zinvol. Daarbij richt de lesgever zich op de groepsprestaties en bespreekt de sterktes en werkpunten van de studenten als een groep. Hiernaast kan de lesgever een modelantwoord presenteren, dat is een illustratie van een ideaal antwoord. Dit laatste is enkel geschikt voor studenten die kunnen reflecteren op een eigen prestatie.
Benoem feiten door gebruik te maken van de ik-vorm
Door een boodschap helder en feitelijk te formuleren zorgt je ervoor dat deze concreet is. Om die boodschap acceptabel te maken kan je gebruik maken van de Ik-boodschap. Door het scheiden van feit, interpretatie en gevolg is een meer opbouwend gesprek mogelijk. Door een boodschap op deze manier te formuleren voelen mensen zich minder aangevallen. Bij het formuleren van een boodschap volgens dit patroon kan je ervoor opteren om je gevoelens te benoemen. Binnen de onderwijskundige context zal dit echter meestal overbodig zijn.
De ik-boodschap ziet er als volgt uit:
- Benoem het gedrag of de feiten: Beschrijf het gedrag en de feiten waarover u iets wil zeggen. Overdrijf niet en voeg geen waarderingen toe.
- Gevolgen: beschrijf de gevolgen van het vermelde gedrag. Blijf concreet en overdrijf niet.
- Gevoel: geef aan wat dit voor u betekent en hoe u zich hierbij voelt. Deze fase kan in een onderwijscontext eventueel overgeslagen worden.
- Luister: geef de ander voldoende tijd en ruimte om dit te verwerken en gepast te reageren.
In het voorbeeld dat volgt kan u wat tussen haakjes staat, het gevoel, eventueel weglaten:
Ik stel vast dat je jouw werkstuk niet op tijd hebt afgegeven, hierdoor ben ik genoodzaakt om je een mindere score te geven. (Ik vind dit de eerlijkste beslissing.)
Voor meer richtlijnen over het geven van feedback, zie ook de steekkaart feedback.
Nicol, D.J., Macfarlane, D., (2006). Formative assessment and self- regulated learning: a model and seven principles of good feedback practice. Studies in Higher Education. Vol. 31, No2, pp199-218.
Sadler, D.R. (1989). Formative Assessment and the design of instructional systems. Instructional science, No18. pp119-144.