Microteaching

werkvormen
Didactische informatie

Microteaching verwijst in deze steekkaart naar een praktijk waarbij (toekomstige) lesgevers een vereenvoudigde les aan andere (toekomstige) lesgevers geven en hier feedback op krijgen. Het doel is hen meer ervaring te doen ontwikkelen in het plannen en uitvoeren van lessen. Daarnaast ondersteunt het hen bij het vormen van zelfreflectievaardigheden, waardoor ze meer en beter gaan nadenken over hun lesgeefgedrag.
Microteaching verschilt van peer teaching. Bij deze laatste vorm worden studenten, die bepaalde competenties reeds verworven hebben, ingeschakeld als student-lesgever. Hierbij staat het overbrengen van leerinhoud centraal en niet het leren les geven (zoals bij microteaching).

De term microteaching werd voor het eerst gebruikt in de jaren 60 van de vorige eeuw. Het onderwijzend personeel aan de Universiteit van Stanford probeerde met microteaching de opleiding van toekomstige lesgevers efficiënter te maken. Het is een praktijk waarbij (toekomstige) lesgevers les geven aan elkaar en hier feedback op krijgen. Het doel is hen meer ervaring te doen opbouwen in het plannen en uitvoeren van lessen.

Er is geen algemeen theoretisch model dat voorschrijft hoe microteaching er precies uit moet zien. De onderdelen vinden hun oorsprong in verschillende theorieën (bijv. social learning theory, behaviorism), modellen, concepten, empirisch bewijs en praktijkervaringen. Vaak gaat het wel om een vereenvoudigde vorm van lesgeven omdat lesgevers:

  • Moeten lesgeven aan kleinere groepen.
  • Minder lang moeten lesgeven.
  • Een duidelijk afgebakend onderwerp moeten behandelen.
  • Zich kunnen richten op specifieke lestaken (bijv. vragen stellen, discussiebegeleiding).
Bouwstenen

De algemene microteaching procedure verloopt als volgt:

  • De student geeft een les of lesmoment van een beperkte duur.
  • Na het lesmoment krijgt de student feedback van de begeleider en van de studentengroep waar net les aan gegeven is. Vaak wordt er een observatieleidraad aan de studentengroep gegeven zodat ze gericht de les kunnen observeren.

Er zijn een aantal basisonderdelen die vaak terug te vinden zijn in de verschillende mogelijke microteaching varianten:

  • Het lesmoment wordt georganiseerd in een artificiële leeromgeving en wordt minder complex ingevuld. De lesgever staat niet voor een echte studentengroep, maar voor een groep van medestudenten. De lesduur wordt ingekort en studentenaantallen zijn kleiner. Vaak moet de lesgever zich richten op 1 specifieke lestaak (bijv. discussiebegeleiding,) of een afgebakend onderwerp.
  • De hele leersituatie is veilig in die zin dat er kan geëxperimenteerd worden zonder dat er zware gevolgen aan falen hangen.
  • Leren gebeurt door:
    • Te observeren.
    • Te reflecteren.
    • Les te geven.
    • Ervaring op te doen.
    • Te experimenteren.
    • Feedback te krijgen. Deze feedback wordt meegenomen naar een volgend lesmoment.
  • Onderdelen van modellessen op video kunnen gebruikt worden als voorbeeld van goed/slecht lesgeefgedrag (modeling)

Omdat er geen algemeen theoretisch model van microteaching is, bestaat er veel variatie binnen de algemene procedure en basisonderdelen. Enkele van de mogelijke varianten draaien rond:

  • Het al dan niet opnemen van het lesmoment op video.
  • Het al dan niet gebruik maken van modellesgevers op video.
  • Het soort feedback dat gegeven wordt (op alle lesonderdelen; op slechts één lestaak, op de inhoud, enz…),
  • Het al dan niet laten herhalen van lesmomenten waarbij men de ontvangen feedback kan implementeren,
  • enz…
Waarom inzetten

Het algemene doel van microteaching is toekomstige lesgevers meer ervaring te laten ontwikkelen in het plannen en uitvoeren van lessen. Niet alleen lesgevers profiteren van de microteaching. Ook uit het observeren van en feedback geven op een lesmoment kan men veel leren. De meerwaarde ligt in het gegeven dat lesgevers kunnen experimenteren en ervaring opdoen in een veilige omgeving vooraleer ze in een echte lessituatie terecht komen. Ze krijgen ook inzicht in sterke punten, aandachtspunten en methoden om zich te verbeteren.

Tips & valkuilen

Tips

  • Er zijn zeer veel verschillende varianten van microteaching. De precieze invulling hangt sterk samen met het doel dat de microteaching moet bereiken. Als een van de doelen het aanleren van zelfevaluatievaardigheden is (bijv. hoe verliep mijn opdrachtinstructie, wat ging er goed, wat ging er minder goed en hoe kan ik dit verbeteren), moeten er onderdelen opgenomen worden die dit doel dienen.
  • Deel duidelijk aan de studenten mee wat je precies verwacht van de microteachingsessies. Is het bijvoorbeeld de bedoeling dat ze een presentatie geven of eerder een interactieve lezing?
  • Spreek vooraf af hoe lang de presentaties mogen duren. Het is belangrijk dat de studenten leren om een bepaalde inhoud binnen een bepaalde tijdsspanne te verduidelijken. Tevens is het belangrijk dat je niet teveel groepjes laat passeren tijdens een les zodat de aandachtsspanne bij de medestudenten optimaal is bij iedere microteachingsessie.
  • Het is belangrijk om goede feedback te geven. Sta niet enkel stil bij de minder goede kanten van het lesmoment, maar ook bij de sterke punten. Geef suggesties om de minder goede kanten te verbeteren. Deze feedback kan zowel door begeleider als studentengroep gegeven worden en kan zowel schriftelijk als mondeling.
  • Als de studentengroep niet vertrouwd is met lesobservatie is een observatieleidraad aan te raden. In deze leidraad worden een aantal belangrijke punten opgenomen die de lesgevers kunnen gebruiken bij de lesobservatie (bijv. vraagtechniek, lichaamstaal, opdrachtinstructie). Dergelijke observatieleidraden zorgen eerst en vooral voor een meer gerichte observatie. Daarnaast maken ze duidelijk wat er belangrijk is in een (microteaching)les. Dit geeft toekomstige lesgevers inzicht in waar het, zowel in de microteaching als in echte lesmomenten, om draait.
  • Observeren van een les kan heel intensief zijn. Er moet op heel veel gelet worden. Daarom is het soms handig om uit de studentengroep een aantal observatoren te selecteren. Zij ondersteunen de begeleider en nemen niet deel aan de les. Op die manier kan er feedback gegeven worden vanuit verschillende invalshoeken: de subjectieve ervaring van de studentengroep, de objectieve kijk van de observatoren en de meer ervaren mening van de begeleider. Daarnaast is het ook mogelijk studenten verschillende rollen te geven en daardoor een meer reële klassituatie te creëren.
  • Belangrijk is om studenten niet enkel goed lesgeefgedrag aan te leren, maar hen ook te laten nadenken over les geven. Zelfrefllectie , discriminatie-training (waarbij studenten met de modelvideos geconfronteerd worden met gepast en ongepast lesgeefgedrag en dit leren discrimineren) zijn hier passende methoden voor.

Valkuilen

  • Omdat de microteaching vaak een artificiële manier van les geven is (bijv. er wordt niet les gegeven aan een echte studentengroep,) loopt men het risico dat het als niet-realistisch wordt ervaren. Toch is het mogelijk dat juist de artificiële situatie de studenten uitnodigt tot experimenteren. Ook is de stap naar lesgeven in een echte leeromgeving gemakkelijker te maken als men al geoefend heeft in een meer veilige omgeving.
  • Globaal genomen kent het maken van een video-opname van een lesmoment een aantal voordelen. De lesgever kan concreter geconfronteerd worden met lesgeefgedrag en krijgt zo meer inzicht in de sterke en minder sterke kanten van het lesmoment. Toch moet men opletten voor een kosmetisch effect. De aanwezigheid van een camera kan ervoor zorgen dat studenten zich anders gaan gedragen en zich eerder gaan richten op hoe ze overkomen dan op goed les geven. Ook bij het bekijken van de video kunnen ze meer bezig zijn met de vorm dan met het analyseren van de lesgeeftechnieken. Daarom wordt aangeraden ook bij het analyseren van de video een zelfreflectieleidraad aan te bieden.
Relevante literatuur

Amobi, F. A. (2005). Preservice teachers reflectivity on the sequence and consequences of teaching actions in a microteaching experience. Teacher Education Quarterly, 31 (1), 115-130.
Bell, N. D. (2007). Microteaching: what is it that is going on here? Linguistics and education, 18, 24-40.
Cruckshank, D.R., & Metcalf, K.K. (1990). Training within teacher preparation. In W. R. Houston (Ed.), Handbook of research on teacher education (pp. 469-497). New York: Macmillan.
Macleod, G. R. (1987). Microteaching: End of a research Era? International Journal of educational Research, 11 (5), 531-541.
Macleod, G. R. (1995). Microteaching in teacher education. In Anderson, L. W. (Ed.), International encyclopedia of teaching and teacher education (pp. 573-577). Oxford: Pergamon.

Doelstellingen: 
integratie kennis, vaardigheden en attitudes
Leermiddelen: 
zelfstudiepakket
Werkvormen: 
microteaching/peerteaching
Evaluatievormen: 
creatie
presentatie
schriftelijk product
Feedback & begeleiding: 
in groep
individueel
mondeling
Groepsgrootte: 
0 tot 5
5 tot 20
20 tot 50
random